Zwemles info

Aftesten

Indien uw kind in het diepe zwemt en in aanmerking komt voor diplomazwemmen, wordt hij of zij eerst getest (proef-diplomazwemmen). Aftesten gebeurd op hetzelfde tijdstip als de reguliere zwemles van uw kind. Alle onderdelen van het betreffende diploma worden doorgenomen tijdens het aftesten. Als uw kind alles goed heeft gedaan bij het aftesten dan ontvangt hij een kaartje voor het diplomazwemmen.

Voor deelname aan het diplomazwemmen is het noodzakelijk dat een bijdrage van 16 euro wordt betaald. Bij de gastheer of -vrouw kan op dag van het aftesten contant, met PIN of met creditcard worden betaald. De dag en het tijdstip staan vermeld in een brief die u meekrijgt. Let op: De tijden van diplomazwemmen kunnen afwijken van de normale lestijden.

Kan uw kind niet aanwezig zijn op de dag van het testen? Neem dan vooraf contact op met door een mail te sturen naar leszwemmen@azl.nu, zodat in overleg met u een andere datum gezocht kan worden. Na het aftesten is het niet meer mogelijk om een andere afspraak te plannen in verband met de aanmeldtermijnen voor het examen.

Licentie Nationale Zwemdiploma's

Wat is een zwemdiploma waard?
In Nederland mag tegenwoordig iedereen zwemlessen aanbieden en zwemdiploma's uitgeven. Dit is namelijk sinds 1984 niet meer wettelijk geregeld. Toen heeft de overheid deze taak losgelaten en overgedragen aan de stichting Nationale Raad Zwemveiligheid. In de praktijk zijn er nu meerdere (particuliere) zwemscholen en organisaties die hun eigen zwemdiploma's uitgeven. Ook de eisen tussen de diploma's kunnen daardoor verschillen, zodat het ene kind met een C-diploma andere vaardigheden kan hebben dan een kind met een C-diploma van een andere aanbieder. Ook de kwaliteit van de opleiding kan verschillen.

npz social media veiligheid tekst 240x300

Kies bewust voor het enige echte Zwem-ABC
De Nationale Zwemdiploma's die nu worden uitgegeven door de Nationale Raad Zwemveiligheid zijn een doorontwikkeling van de zwemdiploma's die voor 1984 door het Ministerie van Onderwijs werden uitgeveven. Sinds 2018 staat het Nationale Zwemdiploma C gelijk aan de Nationale Norm Zwemveiligheid. Dit geldt alleen voor het Zwem-ABC van de Nationale Zwemdiploma's en niet per definitie voor de zwemdiploma's van andere aanbieders! Kies daarom een vakkundige zwemlesaanbieder, zoals AZL, die onafhankelijk getoetst is door de Nationale Raad Zwemveiligheid. Zo weet u zeker dat u kiest voor kwaliteit, zwemplezier en zwemveiligheid.

Licentie Nationale Zwemdiploma’snpz social media logo 240x300
Zwemlesaanbieders, zoals AZL, die met goed gevolg getoetst zijn door de Nationale Raad Zwemveiligheid, ontvangen de Licentie Nationale Zwemdiploma’s. Dit is de kwaliteitsstandaard van de zwembranche. Alleen zwemlesaanbieders die voldoen aan de kwaliteitscriteria van de Licentie mogen de Nationale Zwemdiploma’s, waaronder het Zwem-ABC, uitgeven. De Licentie werd eind 2014 geïntroduceerd. AZL heeft de Licentie Nationale Zwemdiploma's sinds 2015.

Kwaliteitsborging Licentie Nationale Zwemdiploma’s
De Nationale Zwemdiploma’s, waaronder het Zwem-ABC, worden uitgegeven door de Nationale Raad Zwemveiligheid | NRZ. De NRZ streeft naar een voortdurende kwaliteitsverbetering van de zwembranche. De Licentie Nationale Zwemdiploma’s stimuleert de borging van veiligheid en kwaliteit van leren zwemmen. Dit geeft de zekerheid dat de zwemlesaanbieder die in het bezit is van deze Licentie handelt volgens de kwaliteitsstandaard van de zwembranche.

npz social media onderwijzers tekst 240x300De zwemlesaanbieder die in het bezit is van de Licentie Nationale Zwemdiploma’s geeft u de volgende vier zekerheden:

  • Gediplomeerde en gekwalificeerde zwemonderwijzers, zodat uw kind in veilige handen is en met plezier naar zwemles gaat. Zo werken de zwemonderwijzers volgens de Gedragscode Zwembranche, hebben zij een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) en blijven zij bijgeschoold.
  • Uw kind ontvangt de Nationale Zwemdiploma’s A, B en C. Na het behalen van het Nationale Zwemdiploma C voldoet uw kind aan de Nationale Norm Zwemveiligheid. Dit officiële diploma wordt bijvoorbeeld erkend door brandweer, politie en sportopleidingen voor de uitvoering van verschillende beroepen.
  • De zwemlesaanbieder hanteert een helder beschreven zwemlesmethode, zodat u kunt bepalen welke aanbieder het beste bij uw kind past. Tijdens de zwemles wordt u als ouder ook goed op de hoogte gehouden van de vorderingen van uw kind.
  • Een constante kwaliteit van de zwemlesaanbieder, geborgd door onafhankelijke jaarlijkse controle en toetsmomenten bij het diplomazwemmen. Bij elk moment van diplomazwemmen is er daarnaast een gecertificeerde Examinator Nationale Zwemdiploma’s aanwezig.

npz social media lesmethode tekst 240x300Alle zwemlesaanbieders die een Licentie Nationale Zwemdiploma’s hebben behaald zijn geregistreerd bij de Nationale Raad Zwemveiligheid.

Dus: kies bewust en ga voor zekerheid. Kies voor AZL en kies net als ouders van 300.000 kinderen per jaar voor een zwemlesaanbieder met de Licentie Nationale Zwemdiploma’s van de Nationale Raad Zwemveiligheid.

Wat wordt er gecontroleerd door de Nationale Raad Zwemveiligheid?
npz social media controles tekst240x300De zwemlesaanbieder die in het bezit is van de Licentie Nationale Zwemdiploma’s ondergaat de volgende toetsmomenten door de Nationale Raad Zwemveiligheid:

  • Om de Licentie Nationale Zwemdiploma’s te behalen, wordt een toets in de vorm van een audit op locatie afgenomen door de Nationale Raad Zwemveiligheid. Er wordt beoordeeld of de zwemlesaanbieder voldoet aan alle kwaliteitscriteria van het Handboek Licentie Nationale Zwemdiploma’s;
  • De Examinator Nationale Zwemdiploma’s die beoordeelt of een kind klaar is voor het diplomazwemmen en of een kind slaagt of zakt moet zelf iedere vier jaar een examen afleggen. De Nationale Raad Zwemveiligheid heeft daarnaast inzage in de verslagen van de Examinator Nationale Zwemdiploma’s;
  • Licentiehouders dienen jaarlijks een digitale toets af te leggen die wordt afgenomen door de Nationale Raad Zwemveiligheid;
  • Er vinden steekproeven plaats door de Nationale Raad Zwemveiligheid;
  • Periodiek is er een afgevaardigde (een gedelegeerde) namens de Nationale Raad Zwemveiligheid aanwezig bij het diplomazwemmen.

NRZ Licentiehouder Nationale Zwemdiplomas 482x687Hoe herkent u een zwemlesaanbieder van het enige echte Zwem-ABC?
Zwemlesaanbieders die het enige echte Zwem-ABC uitgeven, worden getoetst door de Nationale Raad Zwemveiligheid. Alleen als aan de kwaliteitseisen is voldaan, mogen de Nationale Zwemdiploma’s van het Zwem-ABC worden uitgegeven. U herkent de zwemlesaanbieder aan het logo op de website of aan de sticker bij de accommodatie.

Een zwemlesaanbieder die het enige echte Zwem-ABC mag uitgeven, is terug te vinden in het overzicht op de zwemleslocator van de Nationale Raad Zwemveiligheid. Staat een zwemlesaanbieder niet in dit overzicht, dan voldoet deze niet aan de kwaliteitscriteria van de Nationale Raad Zwemveiligheid en mogen de Nationale Zwemdiploma’s van het Zwem-ABC niet worden uitgegeven.

Hoe herkent u het echte Nationale Zwemdiploma?
Hoe kunt u zien of u het originele Nationale Zwemdiploma A, B of C in handen hebt, dat wordt uitgegeven door de Nationale Raad Zwemveiligheid? Let dan op een aantal echtheidskenmerken. Op de voorzijde van het diploma is links bovenin in de witte clip een zilverkleurig hologram te zien, zoals in de afbeelding hieronder. Daarnaast is het ‘ABC’-blokje kenmerkend voor het echte Zwem-ABC. Ieder zwemdiploma heeft bovendien een uniek nummer, dat boven het hologram te vinden is.

 
Diploma reeks liggend 1871x649

 

Kijk voor meer informatie over de Nationale Zwemdiploma's, de Licentie en de Nationale Raad Zwemveiligheid op www.allesoverzwemles.nl.

Eisen waterpolo

Waterpolo 1wp1

  • Vanuit het water, 15 meter waterpoloborstcrawl, aansluitend 15 meter waterpolorugcrawl, gevolgd door 5 meter waterpoloschoolslag en 15 meter zijwaarts verplaatsen.
  • Vanuit het water, 15 seconden ongelijkzijdig watertrappen op de plaats, aansluitend 10 seconden ongelijkzijdig watertrappen op de plaats met 1 arm omhoog, gevolgd door 5 seconden ongelijkzijdig watertrappen op de plaats met twee handen omhoog.
  • Vanuit het water, 15 meter waterpoloborstcrawl met bal.
  • In het water, 5 keer werpen (passen) van de bal, naar een medespeler, waarbij het werpen met één hand gebeurt en gericht wordt op de handen van de medespeler, die zich op 2 a 3 meter afstand eveneens in het water bevindt. De bal wordt opgepakt met de draaisteekmethode.
  • Op een afstand van 3 meter 3 x schieten op het doel, waarbij vanuit verschillende posities voor het doel (positie recht voor het doel, alsmede eenmaal links en eenmaal rechts voor het doel) geschoten wordt en waarbij de bal wordt opgepakt met de draaisteekmethode.
  • Het spelen van twee balspelen naar keuze in borstdiep water.

 

Waterpolo 2wp2

  • Vanuit het water, starten, 5 meter (of ongeveer 8 zwemslagen) waterpoloborstcrawl, keren 5 meter waterpoloborstcrawl, keren 5 meter waterpolorugcrawl, keren 5 meter waterpoloborstcrawl, stoppen en zijwaarts verplaatsen naar links (of rechts), keren en zijwaarts verplaatsen naar rechts (of links).
  • Vanuit het water, 3 x omhoog springen.
  • Vanuit het water, starten met de bal voor het hoofd, 10 meter waterpoloborstcrawl met bal, keren met bal,10 meter waterpoloborstcrawl met bal, stoppen, de bal oppakken met methode naar keuze en de bal zo ver mogelijk werpen.
  • In het water, 5 keer werpen (passen) van de bal met een boogbal, naar een medespeler, waarbij werpen met één hand gebeurt en gericht wordt op de handen van de medespeler, die zich op 2 a 3 meter afstand eveneens in het water bevindt.
  • Op een afstand van 3 meter 4 x schieten op het doel, waarbij vanuit de posities recht voor het doel 1x in de linker bovenhoek, 1x in de rechter bovenhoek, 1x in de linker onderhoek en 1x in de rechter onderhoek geschoten wordt en waarbij de bal wordt opgepakt met de drukmethode.
  • Het spelen van twee balspelen naar keuze in borstdiep of diep water.

 

Waterpolo 3wp3

  • Vanuit het water, met zijn tweeën starten, waarbij de een probeert vrij te zwemmen en de ander te volgen en waarbij de verschillende zwem-, start-, stop- en keertechnieken worden toegepast gedurende 30 seconden. Na 30 seconden wordt er gewisseld van positie.
  • Vanuit het water, 2 x opspringen zijwaarts naar links en aansluitend 2 x opspringen naar rechts.
  • Vanuit het water, starten met de bal, 5 meter waterpoloborstcrawl met bal, stoppen met bal, bal oppakken met methode naar keuze en bal passen naar medespeler die op 3 meter afstand ligt. Dit driemaal.
  • In het water, 5 keer werpen (passen) van de bal met een boogbal en 3 keer werpen (passen) van de bal achterwaarts, naar een medespeler, waarbij werpen met één hand gebeurt en gericht wordt op de handen van de medespeler, die zich op 2 a 3 meter afstand eveneens in het water bevindt.
  • Schieten op het doel, waarbij 1 speler op 8 meter vanaf het doel aankomt zwemmen met de bal. Tegelijkertijd start ter hoogte van het doel op 4 meter vanaf de linker- of rechterpaal een tegenspeler om het schieten te verhinderen.
  • Het spelen van twee balspelen naar keuze in diep water.

Eisen wereldzwemslagen

Wereldzwemslagen 1wzs1

  • 25 meter Dubbele Spaanse slag
  • 25 meter Japanse crawl
  • 25 meter Zeemansslag
  • 25 meter Zijslag
  • 25 meter Samengestelde rugslag
  • 25 meter Lange schoolslag
  • 25 meter Dubbele Spaanse rugslag

 

 

 

Wereldzwemslagen 2wzs2

  • 25 meter Spaanse slag
  • 25 meter Matrozenslag
  • 50 meter Zeemansslag in tweetallen
  • 25 meter Eénarmige zijslag
  • 25 meter Sidestroke
  • 25 meter Engelse slag
  • 25 meter Spaanse rugslag

 

 

 

Wereldzwemslagen 3wzs3

  • 25 meter Hongaarse slag
  • 25 meter Japanse Morote slag
  • 25 meter Japanse Hitoe slag
  • 25 meter Rugtrudgeon
  • 25 meter Duitse crawl
  • 25 meter Helikopterslag
  • 25 meter Thrust

 

 

 

 

 

 

Eisen survival

Survival 1surv1

Met uitgebreid kledingpakket (Badkleding, lange spijkerbroek, shirt of blouse met lange mouw en schoenen):

  • Van de kant of startblok te water gaan met een sprong voorwaarts, vervolgens achter elkaar 1 rol voorover en 1 rol achterover maken, doorzwemmen tot 25 meter, proef afronden met zelfstandig uit het water op de kant klimmen.
  • Van de kant of startblok te water gaan met een sprong voorwaarts, watertrappend de schoenen en broek uittrekken, schoenen laten vallen, vervolgens 1 minuut drijven door gebruikt e maken van de broek, aansluitend 1 minuut watertrappen met gebruik van armen, proef afronden met zelfstandig uit het water op de kant klimmen.

Met badkleding, shirt of blouse met lange mouw:

  • Van de kant of startblok te water gaan met een sprong voorwaarts, 10 meter borstwaarts richting een boot zwemmen, in de boot klimmen en vervolgens met een rol achterwaarts de boot verlaten, gevolgd door minimaal 15 meter borstwaarts zwemmen, onderbroken door 1 keer onder-over-onder een vlot (lengte) door en 1 keer met een hoekduik door een gat in een verticaal in het water hangend zeil.
  • Van de kant in het water laten zakken, onder water zwemmen door een gat in een verticaal hangend zeil dat zich op 6 meter van de kant bevindt, vervolgens 50 meter borstslag, de laatste 25 meter samen met één of twee vriendje(s) een vlot vervoeren.
  • In het water, afzetten van de wand, 100 meter rugwaarts zwemmen, tijdens de eerste 25 meter een plankje of ander hulpmiddel droog (boven water) vervoeren, tijdens de laatste 25 meter met een hoekduik een schoen opduiken en deze meenemen naar de kant.
  • Van de kant in het water laten zakken met een geblindeerde zwembril, onder water gaan en onder water 5 slagen zwemmen op de borst.
  • Uitvoeren van een droge redding door vanaf de kant contact te maken met een vriendje dat in het water ligt (max. 2 meter uit de kant), een hulpmiddel (spijkerbroek) te werpen en dit vriendje naar de kant te brengen.

 

Survival 2surv2

Met uitgebreid kledingpakket (Badkleding, lange broek, shirt of blouse met lange mouw, (regen)jas en schoenen):

  • Van de kant of startblok te water gaan met een sprong voorwaarts (helemaal onder water gaan), vervolgens achter elkaar 2 rollen voorover en 2 rollen achterover maken, doorzwemmen tot 25 meter, proef afronden met zelfstandig uit het water op de kant klimmen.
  • Van de kant of startblok te water gaan met een sprong voorwaarts (helemaal onder water gaan), watertrappend de schoenen en jas uittrekken, schoenen laten vallen, vervolgens 1 minuut drijven door gebruik te maken van de regenjas, aansluitend 30 seconden watertrappen met gebruik van de benen, armen over elkaar en 30 seconden watertrappen met gebruik van de armen; proef afronden met zelfstandig uit het water op de kant klimmen.

Met badkleding, lange broek en shirt of blouse met lange mouw:

  • Van de kant in het water laten zakken, minimaal 5 meter onder water zwemmen naar een omgeslagen boot, onder de boot boven komen, 15 seconden onder de boot blijven en vervolgens rugwaarts onder water de boot verlaten, boven komen op minimaal 1 meter afstand van de boot.
  • In het water, afzetten van de wand, aansluitend op de rug onder een vlot door tijgeren (rugwaarts met de handen de mat voelen), vervolgens borstwaarts doorzwemmen tot 25 meter, onderbroken door 1 keer met een hoekduik richting de bodem duiken (minimaal 2 meter diep) en op de bodem door een liggende hoepel gaan.
  • Van de kant in het water laten zakken, onder water zwemmen door een gat in een verticaal hangend zeil dat zich op 9 meter van de kant bevindt, aansluitend 50 meter borstslag zwemmen, aansluitend over een afstand van 12,5 meter een vriendje op een vlot vervoeren.
  • In het water, afzetten van de wand, 50 meter rugwaarts zwemmen, onderbroken door 1 keer naar de bodem zakken (minimaal 2 meter diep), bodem aantikken met de voeten, vervolgens een touw vastpakken en via het touw (7 meter lengte) ruggelings naar boven komen.
  • Van de kant in het water laten zakken met een geblindeerde duikbril, onder water gaan en onder water 5 grote slagen op de rug onder water zwemmen.
  • Uitvoeren van een droge redding door vanaf de kant contact te maken met een vriendje dat in het water ligt (minimaal 6 meter uit de kant) een reddingsmiddel (reddingszak, reddingsklos) te werpen en dit vriendje naar de kant te brengen.

 

Survival 3surv3

Met uitgebreid kledingpakket (Badkleding, lange broek, shirt of blouse met lange mouw, trui, (regen)jas en schoenen):

  • Van de kant of startblok te water gaan met een rol voorwaarts, vervolgens achter elkaar 1 rol voorover, 1 rol achterover, 1 rol voorover en 1 rol achterover maken, doorzwemmen tot 25 meter, proef afronden met zelfstandig uit het water op de kant klimmen.
  • Van de kant of startblok te water gaan met een sprong voorwaarts, watertrappend de schoenen, de regenjas en de trui uittrekken, schoenen en trui loslaten, vervolgens 1 minuut drijven door gebruik te maken van de regenjas, aansluitend 30 seconden watertrappen met verplaatsen voorwaarts en achterwaarts met gebruik armen, idem met gebruik alleen benen; proef afronden met zelfstandig uit het water op de kant klimmen.

Met badkleding, lange broek en shirt of blouse met lange mouw:

  • Van de kant in het water laten zakken, op de rug onder water zwemmen onder een liggend zeil (minimaal 4 meter uit de kant) door, door het gat in het zeil boven komen, proef afronden door onder water te zakken en op de rug onder het zeil uitzwemmen.
  • Van de kant in het water laten zakken, onder water zwemmen door een gat in een verticaal hangend zeil dat zich op 12 meter van de (start)kant bevindt, vervolgens 75 meter borstslag zwemmen, aansluitend over een afstand van 25 meter alleen of samen met een vriendje, een ander vriendje op een vlot vervoeren.
  • In het water, afzetten van de wand, 75 meter rugwaarts zwemmen, onderbroken door 1 keer naar de bodem zakken (minimaal 2 meter diep), schoen van de bodem rapen en meenemen, vervolgens een touw vastpakken (met 1 hand) en via het touw (7 meter lengte) naar boven komen.
  • Van de kant in het water laten zakken met een geblindeerde duikbril, ongeveer 8 meter onder water zwemmen, minimaal 1 voorwerp van de bodem oprapen en boven water tonen.
  • Van de kant in het water laten zakken, 15 meter borstwaarts zwemmen met hoofd boven water, hoekduik maken en op minimaal 2 meter diepte een pop opduiken, vervolgens de pop vervoeren in de kopgreep over een afstand van 5 meter.
  • Met een hurksprong te water gaan en met behulp van een hulpmiddel (plank, flexibeam) naar een vriendje zwemmen, hulpmiddel aanreiken en vriendje vervoeren naar de kant over een afstand van 10 meter.