Exameneisen ScubaDoe Snorkelen

ScubaDoe snorkeldiploma A

Zwemmen (zonder basisuitrusting)

  • 25 meter borstcrawl in redelijke stijl.
  •  100 meter schoolslag. Op elke baan van 25 meter een bordje opduiken vanaf tenminste 2 meter diepte.
  • 10 meter aaneengesloten onder water zwemmen.

Snorkelen (met basisuitrusting)

  • Met rechtstandige sprong voorwaarts te water gaan, onmiddellijk gevolgd door 100 meter snorkelen. Op elke baan van 25 meter een hoekduik maken en aansluitend op 2 meter de bodem aantikken.
  • Op een diepte van tenminste 2 meter de duikbril met water vol laten lopen en vervolgens in één keer leegblazen. Met leeggeblazen duikbril op het gelaat aan de oppervlakte komen, waarbij de handen niet aan de duikbril mogen zijn.
  • 25 meter buddy-breathing.
    Verklaring: aan de oppervlakte van het water dienen twee kandidaten zich snorkelend voort te bewegen, waarbij één snorkel wordt gebruikt; beiden dienen het gelaat onderwater te houden; uitsluitend door de snorkel in- en uitademen.
  • Over een afstand van 25 meter de buddy (drenkeling) in kopgreep vervoeren, nadat vooraf bij de buddy, al watertrappend, de snorkel uit de mond is genomen en de duikbril van het gelaat is verwijderd (neus en mond moeten vrij zijn).
  • Al watertrappend gedurende 1 minuut het gelaat van de buddy boven water houden, nadat vooraf bij de buddy, al watertrappend, de snorkel uit de mond is genomen en de duikbril van het gelaat is verwijderd (neus en mond moeten vrij zijn).

Behendigheid (met basisuitrusting)

  • Aan de oppervlakte in het water een rol achterover maken.
  • Onderwater de uiteinden van een lijn met een lengte van 1 meter en een diameter van minstens 5 mm aan elkaar knopen. Hierbij dient het gehele lichaam onder water te zijn.
  • 25 meter snorkelen zonder van een duikbril gebruik te maken. Het gelaat dient hierbij onder water te blijven.

 

ScubaDoe snorkeldiploma B

Zwemmen (zonder basisuitrusting)

  • 50 meter borstcrawl in redelijke stijl.
  • 150 meter schoolslag. Op elke baan van 25 meter een bordje opduiken vanaf tenminste 2 meter diepte.
  • 15 meter aaneengesloten onder water zwemmen.

Snorkelen (met basisuitrusting)

  • Met rechtstandige sprong voorwaarts te water gaan, onmiddellijk gevolgd door 150 meter snorkelen. Op elke baan van 25 meter een rol voorover maken.
  • De duikbril wordt vanaf de bassinrand in het water geworpen, waarna de bril op een diepte van tenminste 2 meter op de bodem komt te liggen. Op zelf gekozen wijze te water gaan, de bril opduiken, onder water op het gelaat plaatsen en leegblazen. Met leeggeblazen bril aan de oppervlakte komen, waarbij de handen niet aan de bril mogen zijn.
  • 50 meter buddy-breathing (zie “verklaring” onder “Snorkelen (met basisuitrusting)” van het snorkeldiploma A).
  • Over een afstand van 50 meter de buddy (drenkeling) in duwgreep vervoeren, nadat vooraf bij de buddy, al watertrappend, de snorkel uit de mond is genomen en de bril van het gelaat is verwijderd (neus en mond moeten vrij zijn).
  • Onderwater zwemmen over een afstand van 10 meter.
    Vervolgens de buddy, die met het hoofd op een diepte van tenminste 2 meter aanwezig is, opduiken en in kopgreep naar de oppervlakte brengen. Snorkel en bril verwijderen (mond en neus moeten vrij zijn).
    Aansluitend de buddy over een afstand van minimaal 2,5 meter naar de bassinrand vervoeren en de buddy zodanig aanreiken, dat helpers hem uit het water kunnen halen. Tijdens het vervoer moet het gelaat van de buddy boven water worden gehouden.

Behendigheid (met basisuitrusting)

  • Aan de oppervlakte van het water: met de armen om de opgetrokken knieën geslagen, gedurende 1 minuut, drijven waarbij geademd wordt door de snorkel.
  • Met een hoekduik naar de bodem tot een diepte van tenminste 2 meter, daar uitademen en vervolgens opstijgen.
  • 50 meter snorkelen met gebruik van één zwemvin.


 

ScubaDoe snorkeldiploma C

Zwemmen (zonder basisuitrusting)

  • 75 meter borstcrawl in redelijke stijl.
  • 200 meter schoolslag. Op elke baan van 25 meter een bordje opduiken van tenminste 2 meter diepte.
  • 20 meter aaneengesloten onderwater zwemmen.

Snorkelen (met basisuitrusting)

  • Met rechtstandige sprong voorwaarts te water gaan, onmiddellijk gevolgd door 200 meter snorkelen. Op elke baan van 25 meter een hoekduik maken en aansluitend op tenminste 2 meter diepte de bodem aantikken met een hand, gevolgd door een 1/1 draai om de lengte-as tijdens de opstijging.
  • Vanuit zittende houding op de bassinrand met een rol achterover te water gaan. De duikbril op een diepte van tenminste 2 meter twee keer leegblazen, zonder tussentijds aan de oppervlakte te komen (duikbril vol met water laten lopen, op het gelaat plaatsen en leegblazen; deze handeling voert men twee keer uit).
    Met leeggeblazen duikbril op het gelaat aan de oppervlakte komen, waarbij de handen niet aan de bril mogen zijn.
  • 75 meter buddy-breathing (zie “verklaring” onder “Snorkelen (met basisuitrusting)” van het snorkeldiploma A).
  • Over een afstand van 75 meter de buddy (drenkeling) in sleepgreep vervoeren, nadat vooraf bij de buddy, al watertrappend, de snorkel uit de mond is genomen en de duikbril van het gelaat is verwijderd (neus en mond moeten vrij zijn).
  • Onder water zwemmen over een afstand van 20 meter. Vervolgens de buddy, die met het hoofd op een diepte van tenminste 2 meter aanwezig is, opduiken en in kopgreep naar de oppervlakte brengen. Snorkel en bril verwijderen (neus en mond moeten vrij zijn).
    Aansluitend de buddy over een afstand van minimaal 5 meter naar de bassinrand vervoeren en de buddy zodanig aanreiken, dat helpers hem uit het water kunnen halen. Tijdens het vervoer moet het gelaat van de buddy boven water worden gehouden.

Behendigheid (met basisuitrusting)

  • Met een hoekduik naar de bodem en vervolgens door drie hoepels zwemmen, die op onderlinge afstand van tenminste 2 meter op tenminste 2 meter diepte aanwezig zijn.
  • 50 meter snorkelen door middel van de dolfijnslag.
  • 15 meter met geblindeerde duikbril, op tenminste 2 meter diepte, langs een lijn onderwater zwemmen.